Categorieën
Interview

“Economie gaat niet over geld, maar over hoe we samenleven”

Al voordat de Club van Rome in 1972 het rapport ‘Grenzen aan de Groei’ uitbracht, zette Jan Juffermans (1945) zich in voor een betere, rechtvaardige wereld. En tot op de dag van vandaag gaat hij daarmee door. het is nodig, we moeten anders naar de economie gaan kijken. “In Den Haag hebben ze het nog steeds niet begrepen. Daarom werken we aan een brede beweging, niet alleen in Nederland, maar ook wereldwijd. De Wellbeiing Economy.

In de tiende aflevering van Groene Verhalen komt Juffermans uitgebreid aan het woord. Een samenvatting van het interview volgt hieronder.

Werken aan de wereld

Via mijn studie in Leiden kwam ik in contact met de Stichting Twee Procent. Er was ook een Wereldwinkel in Leiden, de wereldwinkels kwamen toen net op. We waren bezig met een rechtvaardige verdeling op de Aarde. We begonnen bekendheid te geven aan de vakbeweging in Latijns Amerika. De mensen die betrokken waren bij de stichting Twee Procent besteedden twee procent van hun inkomen aan de vakbeweging in Latijns Amerika. Onze inspirator was professor Tinbergen, die had berekend dat 2 procent ontwikkelingshulp nodig is, terwijl het Nederlandse budget 0,7 procent is. En dat geld is bovendien vervuild: er zijn verschillende berekeningen dat van de ontwikkelingshulp een veelvoud terugstroomt naar de rijke landen. Neokolonialisme ten top.

Toen in 1972 het Rapport van de Club van Rome verscheen – Grenzen aan de groei – kwam er een problematiek bij. ‘Mijn hemel, is dit onze toekomst?!’ Zo verschoof mijn aandacht naar ecologie.
In 1987 kwam ook nog het rapport van de Brundtlandcommissie, ‘Onze gezamenlijke toekomst’.

Ik was vanaf het begin donateur van De Kleine Aarde en later kon ik er gaan werken.

De Kleine Aarde

In de jaren zeventig maakte ik samen met mijn partner Marian een reis van tien maanden naar India, over land. Onderweg waren we al min of meer vegetariër geworden. Toen ik terugkwam las ik een artikel over de schande van de vleeseter, van een zekere René Dumont. Hij noemde vleeseters de moderne kannibalen, die de wereldvoedselproblemen groter maken.
Ik was onder de indruk van het verhaal en maakte een poster “Minder vlees mevrouw, u weet wel waarom”, want ik werd getergd door een reclame van het productschap voor Vee en Vlees. Ik schreef er een stuk over in het tijdschrift De Kleine Aarde. Twee jaar later kon ik daar gaan werken. Dus ik verhuisde van Valkenburg aan de Rijn naar Boxtel. Ik mocht de uitgeverij van De Kleine Aarde runnen en werd redacteur van het tijdschrift. Daardoor ging ik ook zelf meer schrijven.
In 2010 stopte de stichting De Kleine Aarde na vele jaren van experimenten met duurzaam bouwen, duurzame landbouw, recycling, hergebruik en meer. De grond en de gebouwen gingen terug naar de gemeente Boxtel, die eigenaar is. En er komt nu een hele nieuwe fase.

Zelf milieubewuster leven

vanaf het begin heb ik alle informatie opgezogen die van De Kleine Aarde kwam. Ik ging compost maken, mijn huis isoleren, dubbel glas, voorzetramen. In Boxtel op het terrein van De Kleine Aarde gebeurde dat ook, met cursussen en studiedagen.
In het huis waar ik nu woon heb ik alles uitgewerkt, tot en met een warmtepomp. De vloer is geïsoleerd, de planken zijn tweedehands.
En sinds 2015 is het huis helemaal op de zon. En we krijgen nu geld terug, omdat ik meer energie lever da=n ik gebruik.
Ik heb veel plezier gehad om al die dingen uit te proberen.
Als ik een paar tips zou moeten geven, dan noem ik in de eerste plaats biologisch eten, en dan liefst uit de regio.
Je kunt ook een volkstuin beginnen, alleen zijn er momenteel wachtlijsten.
En koop zo mogelijk tweedehands. Ik zie dat het nu druk is in de kringloopwinkels. Het is een stuk makkelijker geworden om duurzaam te leven.

De Ecologische Voetafdruk

Op een conferentie in Aalborg, Denemarken, hoorde ik professor Bill Rees, die vertelde hoe je kunt berekenen hoe groot het beslag van en stad is op de wereld: hoeveel ruimte gebruik je en hoeveel CO2 stoot je uit. Toen ik terugkwam op De kleine Aarde zei ik: dit zou iets voor ons kunnen zijn. Het is zowel een sociale indicator – de verdeling – alsook een ecologische indicator. Het verband tussen milieu en ontwikkeling kwam hier samen. In 1996 brachten Rees en Wackernagel hun boek ‘Our Ecological Footprint’ uit. De Kleine Aarde organiseerde in Utrecht een debat over het model. Acht gemeenten deden mee aan een proefproject en later heb ik zelf een Nederlandstalig boek geschreven.
Het model van de voetafdruk toont heel precies aan hoe groot het beslag is op landgebruik en op energie. Je kunt dat voor jezelf uitrekenen, je persoonlijke voetafdruk, maar ook voor een stad, een land, voor producten, een bedrijf. De Klimaatvoetafdruk is nu een bekende term geworden. Dan bereken je in de hele keten, tot en met de boortorens voor de olie, hoeveel energie het allemaal nodig heeft.
Ook de factor landgebruik is uitermate actueel, want we zijn met een soort landroof bezig. Wij gebruiken de beste gronden van de wereld en we betalen nooit de volle prijs. Als je bananen of sinaasappelen koopt, dan gebruik je een stukje land elders. En voor een stukje vlees is wat grond in verre landen gebruikt voor het veevoer. Nu we in de problemen zitten is het belangrijk om nuchter met deze cijfers te werken.
Nederland zit gemiddeld op 5,1. Een Nederlander gebruikt 5,1 hectare landbouwgrond van de Aarde. Er is gemiddeld maar 1,7 hectare beschikbaar per wereldbewoner. We zitten in Nederland ver boven een eerlijk Aarde-aandeel.
Het wereldgemiddelde zit al op 2,6. Dat betekent dat we meer gebruiken dan de Aarde aan kan. We zijn in ‘overshoot’.

Rond 1970 werd de Aarde te klein voor het wereldwijde energie- en grondstoffengebruik. Vanaf dat moment moeten we gaan delen. De groei van de wereldbevolking en de groei van de consumptie gaat ver over de grenzen. We zitten nu zo’n 70 procent boven een duurzaam niveau.
De Club van Rome heeft het in feite al aangekondigd. Het is een soort mondiale domheid dat men dat niet serieus heeft genomen. Het klimaat is nu een serieuze politieke kwestie, maar het verhaal van de grond wordt nog steeds niet serieus genomen.
Ik ben nu bezig met een rechtszaak: Footprint Justice.

Rechtvaardigheid

De combinatie die ik op De Kleine Aarde vond van rechtvaardigheid en ecologie komt ook weer terug in het rapport van de commissie Brundtland. In de jaren negentig concludeerden we op de Kleine Aarde dat de economie zou moeten veranderen, anders gaan er rampen gebeuren, zowel sociaal als ecologisch.
Toen ik in 2006 mijn boek aanbood aan professor Goudswaard, vroeg hij mij of ik vanuit De Kleine Aarde zou willen meedoen aan een Platform voor een Duurzame en Solidaire Economie. Ook daar kwamen rechtvaardigheid en ecologie weer samen. In de Voetafdruk zit dat model ook.
Het Platform is de laatste jaren met een nieuw project begonnen, met de naam Footprint Justice, gebaseerd op Climate Justice. Van de klimaatproblemen weten we dat die veroorzaakt worden door de rijkste landen. Maar het landgebruik blijft tot nu toe buiten beeld.
Vanuit het Vredespaleis kregen we het advies om daarvoor een Advisory Opinion procedure te gaan volgen. Dat betekent dat de VN aan het Internationaal Gerechtshof een Advisory Opinion aanvraagt over de stelling: “A Fair Earth Share is a Human Right” – een eerlijk Aarde-aandeel is een mensenrecht, voor nu en voor komende generaties.
Het hebben er nu een stuk over geschreven en we hebben al de steun van Jan Pronk, van Hans Opschoor en van Nico Schrijver. Nu zoeken wij landen de deze vraag voorleggen aan de VN.

Urgenda spande een rechtszaak aan over het klimaat, wij willen ook zoiets, maar dan over het landgebruik. Dat heet ‘Footprint Justice’. Via de voetafdruk kun je aantonen dat landen veel te veel gebruiken. Een berekening van één land is een getal op zich. Maar als je de voetafdruk van twee landen berekent, krijg je een wetenschappelijk verhoudingsgetal. Dat gaan we gebruiken.
Zodra dit wordt geformuleerd in het internationaal gerechtshof, krijgen alle landen de vraag ‘wat vindt u van de stelling’. Dan ontstaat in elk land een debat over arm en rijk.
Het wordt een lange weg, maar we zijn begonnen, we zijn nu twee jaar bezig. Het voorstel ligt inmiddels bij de nieuwe club de Wellbeiing Economy Alliance.

Our New Economy

Ik ben nu heel actief met het onderwerp ‘economie’. Als de huidige groei-economie door zou blijven gaan, dan loopt de zaak in ecologisch opzicht — en ook sociaal — helemaal fout.
Ik zat al in het Platform voor een Duurzame en Solidaire Economie, daar werken we samen met andere groepen, en we hebben ‘Our New Economy’ mee helpen oprichten. Die organisatie werkt eraan om het economie-onderwijs te veranderen. Een economie voor rechtvaardigheid op een schone planeet.
Enkele jaren geleden ontdekten wij een internationale groep, de Wellbeiing Economy Alliance, waarvan Katherine Trebeck een van de voortrekkers is. Er zijn al 200 organisaties en initiatieven lid van, onder wie Kate Raworth van de Donut-economie en Christian Felber van de Economy for the Common Good.

Wellbeiing Economy is een nieuwe kijk op de economie: economie is niet het geld maar economie is onze samenleving, hoe wij ons leven organiseren. Het is een brede visie op economie.
Geld is niet meer primair, we gaan werken met nieuwe indicatoren, zoals de voetafdruk, de sociale verdeling, landbeslag.
Het concept van de Wellbeiing Economy verenigt al die activiteiten op landbouwgebied, op bouwgebied, op voedingsgebied en meer.
We hebben inmiddels een Nederlandse afdeling (een ‘hub’) van de Wellbeiing Economy Alliance opgericht.
Tegelijkertijd liep de Transitiemotor, een wekelijks debat via Zoom. Die organiseerde de Maand van de Duurzame Doorbraak en we hopen nu op het Jaar van de Duurzame Doorbraak.
Het is hard nodig dat we naar een Wellbeiing Economy toe gaan. In Den Haag hebben ze het nog steeds niet begrepen. Daarom werken we aan een brede beweging, niet alleen in Nederland, maar ook wereldwijd.

Links

De website van Jan Juffermans

Wellbeiing Economy Alliance (WEall)

Nederlandse afdeling van ‘WEall’

Categorieën
Interview

‘Een betere wereld kunnen we alleen samen bereiken’

Alice Koenen draagt groen bewustzijn uit, onder andere via haar bedrijf Organiverde. Zij komt aan het woord in de negende aflevering van Groene Verhalen. ” Als dat bewustzijn er is, verwacht ik dat veel mensen op een andere manier in het leven staan. Dat het niet alleen gaat om onszelf, maar om het totaal. Een betere wereld kunnen we alleen samen bereiken.”

Hieronder een samenvatting van het interview. Het hele gesprek is te beluisteren in Groene Verhalen 9.

Van kindertijd tot groen schoolplein

Milieubewustzijn begon al vanaf mijn lagereschooltijd. Mijn vader was altijd bezig met de tuin en de kinderen kregen hun eigen groentetuintje in de achtertuin. Eigenlijk interesseerde dat groentetuintje mij toen niet zo, maar het was er wel.
Toen ik later een eigen huis had, creëerde ik ook meteen mijn eigen tuin en dat was ook een kleine oase. Ik vind het mooi om mijn eigen omgeving te creëren. Ik had een konijntje en dat liep vrij door de tuin, want ik vind dat dieren hun eigen plek nodig hebben en niet in een kooi horen.
Toen jaren later mijn kinderen naar school gingen, koos ik voor de Vrije School omdat daar gewerkt wordt met hart, hoofd en handen.
Maar daar was geen groen schoolplein. Ik merkte dat er interesse was om daar iets aan te doen, ook andere ouders waren er mee bezig. Toen er een groep werd georganiseerd was dat voor mij het moment om daar vol voor te gaan.

Wat is een groen schoolplein?

Veel schoolpleinen zijn van steen. Op een niet-groen schoolplein is niet zo veel te doen, behalve balspelen, tikkertje, korfballen, rennen, hangen, tekenen, met fietsjes rondgaan. Het is weinig creatief.
Op een groen schoolplein is veel meer te doen. Daar kun je buiten les geven, er zijn hoogteverschillen, natuur heeft er een plek, je kan een waterpartij neerleggen. Zo leer je kinderen wat natuur is, ze ervaren de seizoenen, misschien kun je er groente kweken. Kinderen kunnen op een andere manier hun pauze houden en zich verbinden met de vlinders die op de Buddleja zitten en de luizen op de fruitboom. En dat je dan ziet dat er opeens eitjes in die boom zitten waar lieveheersbeestjes uit komen die de luizen opeten. Zo ervaren kinderen hoe de natuur zelf oplossingen bedenkt om ziektes aan te pakken.
Het is mooi als je dat kinderen kunt meegeven. Veel kinderen hebben thuis geen tuin, of de tuin ligt vol tegels.
Natuurlijk kom je met een groen schoolplein ook problemen tegen. Je moet het groen onderhouden, maar dat is meteen een mogelijkheid om met de gemeenschap dingen te doen. Zo leren ouders elkaar op een zaterdagochtend kennen als ze samen het onderhoud aanpakken.

Organiverde en activiteiten voor kinderen

Mijn aandeel in het groene schoolplein deed ik als vrijwilligerswerk, naast mijn baan en moeder zijn. Het was intensief en mijn hart lag bij het groen, daarom heb ik uiteindelijk mijn baan opgezegd en ben een bedrijf begonnen. Ik ben voor mijn passie gegaan. Mijn bedrijf heet Organiverde. Mijn kracht ligt bij het organiseren van dingen en ‘verde’ is Italiaans voor groen. Het gaat om organiseren, organische vormgeving, organisch creëren en om groen.
Ik nam onder andere deel aan de Bieslanddagen, een groen evenement hier in de buurt. Daar creëerde ik met mijn tent een eigen plek, waar gezinnen en kinderen welkom waren. Ik nam ook altijd mijn kipjes mee. Kinderen konden kleine workshops doen, natuurschilderijtjes maken, een blotevoetenpaadje afleggen.
Twee meisjes die er toen bij waren heb ik hier onlangs nog in de tuin ontvangen. Ze wilden graag de kippen nog eens zien. Het is heel mooi om te zien dat ze nog steeds zo genieten. Met zoiets simpels geef je iets moois.

Van negativiteit naar liefde

ik heb ervaren dat de maatschappij soms erg oneerlijk is. Toen ik daarover ging nadenken maakte ik er een schilderijtje van.
Met mijn projecten probeer ik de liefde voor de omgeving, de dieren en de planten en de liefde voor elkaar te laten zien.
We kunnen elkaar wel gaan afmaken, maar wie wil dat? Uiteindelijk wil iedereen leven op en prettige manier. We hebben allemaal eigen keuzes en eigen wensen, dus laten we respecteren dat de een het net iets anders wil dan de ander en laten we voor ogen houden dat alles en iedereen het recht heeft op leven.
Toen ik in sociale woningbouw kwam te wonen, kreeg ik te maken met een soort van toeslagenaffaire, waardoor ik opeens tienduizend euro schuld had. Dat hakt er wel in, ik ben er enorm van geschrokken. Opeens kon ik mijn kinderen niet meer bieden wat ik ze wilde bieden, zoals naar sport gaan. Alles wat ik verdiende werd me afgenomen.
Daarom maakte ik dit schilderij, om te laten zien dat er heel veel liefde is in de maatschappij, maar soms is de kern heel liefdeloos en hard. Ik schilderde raderen, het systemische, dat veel stuk maakt. De liefde mag daar veel meer in komen.
Ik vond het schokkend om die hardheid te ervaren, maar het gaf me ook kracht om dat om e draaien. Je kunt negativiteit omzetten in liefde, positiviteit en kracht om te werken aan datgene wat onze maatschappij nodig heeft.

Internationaal netwerk van ondernemende vrouwen

Na alle hobbels en pieken en dalen in mijn leven, besloot ik begin 2020 dat ik het anders wilde. Ik moet allereerst voor mijzelf kunnen zorgen, anders kan ik niet voor de maatschappij zorgen. Ik zocht coaching en zo kwam ik terecht in een internationaal netwerk van vrouwelijke ondernemers, die elk op hun eigen manier van betekenis willen zijn voor de maatschappij. Het mooie van zo’n netwerk is, dat je met elkaar de kracht kunt vinden om door te gaan. Het is belangrijk om vanuit het hart te werken en je passie niet te laten wegebben omdat het in de maatschappij nog niet gezien wordt. Dat is een belangrijke vraag: hoe krijg je waardering, ook in de vorm van financiële middelen om van betekenis te kunnen zijn.
Niemand kan constant vanuit zijn passie werken. we kennen allemaal onze dalen. Daarom is dit internationale netwerk heel fijn. Ik spreek mensen uit Australië, uit Canada, uit Amerika, Denemarken, Duitsland, Slowakije.
Vanmorgen had ik nog contact met iemand uit Oslo. Zij heeft verteld over de dingen waar zij tegenaan loopt. Ik heb verteld dat dit interview vandaag zou plaatsvinden en dat ik dat best wel spannend vond. Dan beuren we elkaar op. Gisteren sprak ik een onderneemster die even steun nodig had. Ik kon toen iets bijdragen door te laten zien dat zij belangrijk is voor mensen. Zij doet heel ander werk dan ik. Maar het zijn allemaal mensen die werken aan een gezonde wereld. Vrouwen die werken aan in je kracht staan, er zijn voor de ander, vanuit je gevoel werken, er zijn voor de kinderen, er zijn als vrouw, om het vrouwelijke leiderschap meer in deze wereld neer te zetten. Samenwerken, zorgen voor elkaar, zorgen voor de wereld.

De toekomst

Mijn toekomstdroom? Ik wil graag op een mooie manier mijn visie delen met andere mensen. Ik zou het liefst op een plek wonen zoals een earthship of een ecodorp, zodat ik de projecten die ik doe op een eigen locatie kan doorontwikkelen. Waar ik mensen kan uitnodigen om te laten zien hoe mooi het zou kunnen zijn, en hen uitnodigen dat weer verder te verspreiden over de wereld.
Ik weet niet waar die plek is, maar dat die plek er komt dat weet ik wel.
Mensen raken zo geïnspireerd. Ik heb hier in Delft het Aards Filmhuis georganiseerd, waar films over bewustzijn draaiden, bijvoorbeeld ‘The Seeds’ of ‘Normal is over’ of ‘Down to Earth’ of films over permacultuur.
Het gaat over het onderwijzen van mensen hoe dingen anders kunnen en hoe je een betere samenleving kunt creëren.
Het zijn heel belangrijke verhalen die laten zien wat er maatschappelijk gebeurt. Als dat bewustzijn er is, verwacht ik dat veel mensen op een andere manier in het leven staan. Dat het niet alleen gaat om onszelf, maar om het totaal. Een betere wereld kunnen we alleen samen bereiken.

Links

Organiverde

Categorieën
Interview

“Ook zonder geld kun je iets bereiken”

Leo de Groot, was tientallen jaren actief was als vredesactivist en nu heeft hij een prachtig paradijsje geschapen in de Dobbelsteijnstraat in Heerlen, de Dobbeltuin. Dat is opbouwend werk.

In de achtste aflevering van Groene Verhalen vertelt hij zijn verhaal. Hieronder een samenvatting.

  1. Van vredesactivist tot Dobbeltuin

Tot zo’n twaalf jaar geleden was ik erg actief op terreinen als vrede en mensenrechten. Maar ik kwam voor het blok te staan toen de sociale dienst zei: dat vrijwilligerswerk is leuk, maar betaald werk gaat voor.
Het leidde tot een crisis in mijn leven. Ik kwam in een traject, ging uiteindelijk betaald werk doen, maar kon het vrijwilligerswerk niet loslaten, want daar lag mijn hart. Ik werd totaal overspannen en ziek, ik woog nog maar 45 kilo. Na een periode in de ziektewet kwam ik er weer bovenop.
Inmiddels was mijn interesse gewekt voor Transition Towns en Permacultuur. Toen ik hoorde over de principes van Permacultuur, voelde dat als thuiskomen: zorg voor de mensen, zorg voor de Aarde en eerlijk delen. Dat heb ik mijn hele leven al gedaan en hier kan ik er op een opbouwende manier aan werken.

  1. Zonder geld kan je toch iets bereiken

Een vriendin van me had in 2013 een afspraak kunnen maken met de wooncorporatie Woonpunt. We legden ons plan voor, dat we een permacultuurtuin wilden aanleggen en de man die we spraken was meteen enthousiast. Er bleken zeven braakliggende terreinen beschikbaar, die we hebben bekeken. Het werd het terrein aan de Dobbelsteijnstraat, in een kinderrijk buurt, een krachtwijk. We maakten daarvoor een nieuw ontwerp en bij Woonpunt waren ze helemaal enthousiast.
De grond moest opgehoogd en de gemeente zorgde voor schone grond. De woningbouwvereniging zorgde voor een nieuw hek. Oorspronkelijk zou op die plek een grasveldje komen. De jaarlijkse kosten van het maaien werden nu uitgespaard en dat bedrag krijgen wij nu om aan de tuin te besteden.
En zo konden we met de tuin beginnen, terwijl we helemaal geen geld hadden. Maar ook zonder geld kun je iets bereiken, als je een goed plan hebt en een goede motivatie en het goed kunt overbrengen.

  1. Betrokkenheid van mensen en organisaties

We hebben van veel kanten steun gekregen. In het begin konden we fruitbomen kopen – waarvoor toen geen geld was – dankzij buurtbewoners die een boom adopteerden. Ook droegen de buurtbewoners hun groenafval aan, om compost van te maken. In het begin was dat heel welkom, omdat er nog geen voeding in de grond zat. Een plant haalt zijn voeding deels uit de grond, maar ook uit de lucht. Als je de planten uit de tuin composteert wordt de grond dus steeds vruchtbaarder.
Het vormgeven van de tuin heeft ongeveer een jaar geduurd en we hebben het met gerecyclede materialen kunnen opbouwen. Muurtjes, terrassen en paden maakten we van stoeptegels die we konden krijgen. De schuilhut, het gereedschapshok en de pizza-hut bouwden we van afvalmateriaal. Zo hoef je alleen nog maar de spijkers en de schroeven te kopen.
We hebben ook een mooi bord bij de ingang kunnen maken, dankzij een organisatie die nog wat geld in de pot had. Een bevriende meubelmaker maakte het. Het is een prachtig bord geworden en enkele buurtbewoners die aanvankelijk nog wat sceptisch naar de tuin keken, waren meteen ‘om’, zeker toen er ook nog een mooie wandschildering kwam. De tuin is nu een pareltje in de buurt, mensen zijn trots dat ze hier wonen.
In de toekomst zou ik er nog meer een sociale ontmoetingsplek van willen maken.

Categorieën
Interview

In een tiny house moet je heel bewust kiezen wat je belangrijk vindt

Marjolein Jonker, ook wel bekend als Marjolein in het Klein, stond aan de wieg van de tinyhousebeweging in Nederland en ze woont zelf alweer vijf jaar in een klein huisje. Daarmee ging een heel oude wens in vervulling. Zij vertelt haar verhaal in de zevende aflevering van Groene Verhalen.

  1. Klein willen wonen

Als klein meisje droomde ik al van een heel klein huisje, met groente en kruiden en bloemen. Nu heb ik dat een heel eind gekregen. Maar het is tijdelijk, ik kan nog niet de tuin van mijn dromen aanleggen.
De ‘normale’ gang van zaken is, at je steeds groter gaat wonen. Maar ik heb liever meer tuin en meer natuur dan een groot huis.

  1. Wonen is belangrijk

Wonen is heel belangrijk. Tegenwoordig wordt een huis steeds vaker gezien als investering, om rijker te worden. Het gaat dan niet meer om fijn wonen.
Maar wonen is leven, veiligheid, geborgenheid, jezelf kunnen zijn, een thuisbasis hebben van waaruit je de wereld betreedt.
Heel veel mensen wonen nu niet op een manier die bij hen past. Leven in harmonie met de natuur past voor veel mensen veel meer bij degenen die ze van binnen zijn. Gelukkig zijn er mensen die het anders doen en daar is de tinyhousebeweging een symptoom van. Dat heeft ook voordelen voor de Aarde en de samenleving als geheel.

  1. De opkomst van de tinyhousebeweging

Ik kwam in 2014 de Tiny houses op het spoor, in Amerika. Ik dacht: dat is het! Kleine huisjes, verplaatsbaar, in de natuur, zelfvoorzienend, betaalbaar…
Er was toen in Nederland nog niets op het gebied van tiny houses. Maar het liet me niet los dus ik ben het gewoon maar gaan doen. Dus ik begon mijn blog ‘Marjolein in het Klein’.
Ik maakte er een project van. Wat heb ik nodig: Financiering, een ontwerp, iemand die het bouwt, een plek waar ik dat huisje neer mag zetten en er wonen. Over al die dingen heb ik geschreven in mijn blog en tot mijn verrassing gingen mensen het nog lezen ook. Nu is het helemaal ingeburgerd.

  1. De beperking geeft extra mogelijkheden

Als je beperkt bnt wekt dat cereativiteit op. Juist het enorme aanbod in onze westerse samenleving maakt dat je minder productief en creatief bent.
In een tiny house heb je beperkte ruimte, dus je moet heel bewust kiezen wat je belangrijk vindt en waar je blij van wordt. Wat daar niet binnen valt schrap je. Zo woon je in een ruimte die helemaal past bij wie je bent.
Je hebt minder spullen. Dat kun je zien als een beperking, maar ik denk dat het juist vrijheid oplevert, waardevolle dingen zoals vrije tijd en rust in je hoofd.
Ik heb stroom van zonnepanelen en ik vang regenwater op. Die dingen kunnen dus op raken. Je bent afhankelijk van de natuur en daar moet je rekening mee houden. Dat maakt je ook heel dankbaar als het gaat regenen als je regentank bijna leeg is. Je gaat vanzelfsprekende dingen weer waarderen en dat vind ik mooi.

  1. De toekomst van de tinyhousebeweging

Tiny houses zijn een blijvertje, dat gaat niet meer weg. En het geeft mensen meer mogelijkheden te kiezen wat bij hen past. Voor sommigen is dat klein, voor anderen wat groter, maar graag wel binnen de grenzen van de ecologie. Ik zou het mooi vinden als er steeds meer woonvormen komen die duurzaam zijn. Dat kunnen tiny houses zijn, maar ook woonboten, boomhutten, aardehuizen, ecodorpen of wat er maar bedacht wordt. Geef die nieuwe woonvormen de ruimte. Laten we er voor knokken dat we zelf ons ding mogen doen. Daar worden mensen gelukkiger van, daar ben ik van overtuigd.

  1. Tiny wonen: waar begin je?

Als je wilt wonen in een tiny house, ga dan naar de gemeente, liefst met een groep. En kom daar niet alleen maar halen, kom ook wat brengen. Zorg dat je een plan maakt dat aanhaakt bij doelstellingen van de gemeente, zodat je echt wat komt brengen. Doordat mensen dat zo gedaan hebben, zijn er nu al meer dan vijftig woonprojecten met tiny houses en zo’n 150 lokale initiatiefgroepen. Dat is de manier: streef naar een win-win situatie. Win voor de gemeente en win voor de bewoners en liefst ook nog win voor de hele gemeenschap. Dan heeft het een goede kans van slagen.

Links

Marjolein in het klein – de blog van Marjolein Jonker

Tiny House Nederland

Tiny Findy – vraag en aanbod van Tiny Houses, woonlocaties, producten en diensten

Categorieën
Interview

“Ecodorp een verrijking voor de mensheid”

Ecodorpen en Transition Towns kunnen een verrijking zijn voor de mensheid. Vanuit die overtuiging begon Ad Vlems twaalf jaar geleden aan de eerste stappen op weg naar een ecodorp, hoewel hij niet wist dat het zo heette. Maar dat we op een andere manier met de Aarde zouden moeten omgaan stond als een paal boven water.

Ad Vlems komt uitgebreid aan het woord in de zesde aflevering van Groene Verhalen. Hij is een van de initiatiefnemers van Ecodorp Boekel. En daar in Boekel, ergens tussen Nijmegen en Eindhoven in, spraken we hem in de mooie tuin van het ecodorp in aanbouw.

Waarom een ecodorp?

Het begon met de wens duurzaam te willen leven en daarin een voorbeeld te zijn. Samen met zijn vrouw schreef hij ideeën op die via een website de wereld in gingen. Zelf voedsel verbouwen, je eigen energie opwekken, zelf je huis bouwen… er kwamen reacties en een daarvan luidde: “Wat jullie willen, dat is een ecodorp”. Toen had hun idee een naam.

Duurzaam bouwen

Grondstoffen die tijdens de bouw worden gebruikt, zijn liefst gemaakt uit afval. Voor de isolatie is glasschuim gebruikt, een afvalproduct uit de glasindustrie. Er is beton zonder cement gebruikt, omdat cement een grote bijdrage levert aan de CO2-uitstoot. Verder veel organische materialen, zoals hout en kalkhennep

Ronde vormen

De plattegrond van het dorp toont huizen in een cirkelvorm. De architect die het dorp tekende noemt het ‘helende architectuur’ en ‘Sacred Geometry’. En er is een onderzoek dat in 2005 plaatsvond, naar de huisvesting van de evacués na de orkaan Katrina. Daar kwam uit dat er de minste conflicten waren op plekken waar de mensen in een cirkel rond een gezamenlijke ruimte woonden.

Basisinkomen

Een ecologisch basisinkomen voor ecodorpen. Het is een nieuw plan, afkomstig van Jack Cox, schrijver van het boek Vlindereconomie. Bij benaderde het ecodorp Boekel en in de eerste gesprekken werd duidelijk dat dit voor alle ecodorpinitiatieven zou moeten gelden. Het is geen ‘onvoorwaardelijk’ basisinkomen. Van degenen die het zouden krijgen wordt gevraagd zich in te zetten voor de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties en dat ook uit te dragen. Het plan wordt nu verder uitgewerkt.

Basalt accu

De basalt accu gaat het ecodorp straks warm houden. Het is een grote cilindervormige bak gevuld met basalt, vulkanisch gesteente. De accu heeft een doorsnede van 15 meter en is 7 meter hoog. Rondom anderhalve meter isolatie. De elektriciteit van de zeshonderd zonnepanelen op de daken verwarmt het basalt i n de zomer. De warmte wordt vasthouden en wordt in de winter via buizen en boilers teruggegeven aan de huizen. Zo vangt het ecodorp ’s zomers de zonnewarmte om die ’s winters te benutten.

Minder eenzaam, meer verbonden

Wonen in een ecodorp is anders. Om te beginnen bestaat eenzaamheid eigenlijk niet. Eens per maand is er een ‘sharing’ waar ieder vertelt wat er speelt. Dat kunnen persoonlijke zorgen zijn of juist iets waar je erg gelukkig van wordt. Daardoor is er meer verbondenheid

De toekomst

Ecodorpen en Transition Towns kunnen een verrijking zijn voor de mensheid. Dat inzicht breekt ook steeds meer door bij beleidsmakers.

www.ecodorpboekel.nl

Categorieën
Interview

We leven in een tempo dat niet natuurlijk is

Irma Abelkamp speelde een grote rol in de totstandkoming van de permacultuurtuin De Oerfloed (Fries voor overvloed) en de woon- en werkplek Frijlân, beide in Friesland, nabij Leeuwarden. Het begon toen zij zich in 2008 ging verdiepen in de principes van Permacultuur.

“We leven in een tempo, dat de natuur niet kan volgen. Daarmee ren je eigenlijk het leven voorbij”. Het interview met Irma Abelskamp is te beluisteren in de vijfde video ‘Groene Verhalen’ die op 1 mei verscheen.

In het gesprek komen zes onderwerpen aan bod.

  • Hoe haar opleiding permacultuur haar hielp om een onbestemd gevoel om te zetten in concreet handelen. Ook ‘Dragon Dreaming’ en ervaringen in Transition Towns hielpen er bij.
  • De aanloop om te komen tot de woon- en werkplek Frijlân. Het is een proces van lange adem. Maar wie volhoudt heeft uiteindelijk succes.
  • Een beschrijving van Frijlân. Er worden nog mensen gezocht om de gemeenschap uit te breiden.
  • De voor en nadelen van ‘off-grid’ leven, zonder aansluiting op het net.
  • Een toekomstdroom voor het gebied waar Frijlân is gevestigd en over Frijlân als leerplek.
  • Wat zeg je tegen jongeren die zo pessimistisch zijn over de toekomst, dat ze denken dat ze de laatste generatie op Aarde zijn?

Links

Frijlân – Leren van nature
De Oerfloed
Dragon Dreaming
Transition Towns

Categorieën
Interview

Minder controle maakt de wereld leefbaarder en mooier

Een wereld met minder controle, nooit meer werken voor geld en datgene doen wat energie geeft. Het zijn enkele ideeën van Marc Siepman, die hij probeert in praktijk te brengen. “In het kapitalisme is geld verdienen het doel geworden. Maar dat kan nooit het doel zijn. Je doel in je leven is iets waar je gelukkig van wordt. Als iedereen doet waar hij of zij gelukkig van wordt, dan zou er een overvloed ontstaan.”

Het interview met Marc Siepman is te beluisteren in de vierde video ‘Groene Verhalen’ die op 1 april verscheen. Een samenvatting door Dick Verheul volgt hieronder.

De bodem

We gaan al eeuwen slecht om met de bodem. Ik leerde daar over in een cursus Permacultuur. Toen ik me er in ging verdiepen, bleek dat het nog veel belangrijker is dan ik in eerste instantie dacht. Het is belangrijk dat meer mensen er van weten, dus ik ging op zoek naar cursussen over dit onderwerp. Het aanbod bleek heel beperkt, daarom ben ik zelf een cursus gaan aanbieden. Al na een dag kreeg ik de eerste aanvraag. Na vier dagen zat de eerste cursus vol en een week later zat de tweede cursus vol. Die cursus – ik noemde hem ‘Humisme’ – heb ik uiteindelijk 86 keer gegeven.
Later volgde de cursus Ondergronds Gezwam, die meer inging op schimmels. Ik had aanvankelijk verwacht dat ik een of twee keer een cursus zou kunnen geven, maar de belangstelling bleek veel groter dan ik had dacht.

Het belang van een gezonde bodem

Kijk naar de akkers, dan zie je wat er mis gaat. Er staan plassen op het land en dat hoort niet. Het water hoort de bodem in te trekken. Die plassen zijn een indicator, die signaleren dat er iets mis is met de structuur van de bodem. Als de structuur gezond is, dan kan het water de bodem binnendringen en dan wordt het ook vastgehouden. Dan zijn planten veel minder droogtegevoelig. Het constante beregenen wat in de landbouw gebeurt, is ook een teken dat er iets mis is.
Vergelijk het eens met een natuurlijk systeem, zoals een bos. Daar produceren de bomen biomassa die door het bodemleven wordt verteerd. Het gehalte aan organische stof neemt steeds verder toe, waardoor de bodem in staat is water vast te houden en het water dringt heel makkelijk de bodem binnen. Je ziet dan ook dat alles daar gezond is. Toch zie je dat de bossen nu steeds ongezonder worden, doordat de landbouw veel te veel stikstof uitstoot, waardoor natuurgebieden vermesten en verzuren. Dat heeft zijn weerslag op de mycorrhizale schimmels die samenwerken met bomen en het systeem gezond houden.
Als je je daarin gaat verdiepen dan realiseer je je dat het hele systeem moet veranderen. Er is eigenlijk niets aan de huidige landbouw dat werkt. Alles gaat achteruit: de bodem, de biodiversiteit, de kwaliteit van ons voedsel. De input wordt steeds hoger, terwijl de output naar verhouding steeds lager wordt. We zijn in de afgelopen vijftig jaar 700 keer meer kunstmest gaan gebruiken, terwijl de productie ongeveer gelijk is gebleven. Dat is gewoon niet vol te houden.

Systemen die zichzelf in stand houden

Als je en balletje op en bol oppervlak legt, dan heeft het de neiging er steeds vanaf te rollen. Het kost moeite en energie als je het op zijn plek wilt houden. Maar leg je het op een hol oppervlak, dan rolt het steeds terug naar het midden, zonder dat je er energie in hoeft te steken. Zulke zelf-organiserende systemen zie je in de natuur overal.
Onze landbouw is gebaseerd op controle. Daardoor ben je steeds bezig met bestrijding. Je moet er veel energie in steken en je haalt er naar verhouding weinig energie uit. In de landbouw steekt er 8 a 10 calorieën in om er een calorie uit te halen. Ter vergelijking: bij een voedselbos zul je er bijna geen energie in steken en er wel veel uithalen. De cijfers zijn omgedraaid. In plaats van controle, oefen je vooral invloed uit. Je vervangt hier eens een boom, je snoeit eens wat en je oogst wat. Maar je probeert niet te bepalen welke organismen in dat voedselbos leven. Als er een probleem ontstaat, bijvoorbeeld een rupsenplaag, dan komen vogels de rupsen opeten. Als er meer rupsen komen, dan komen er ook meer vogels. Het systeem zoekt naar een nieuw dynamisch evenwicht. Als je de rupsen zou bestrijden, dan komen de vogels niet en dan blijf je je leven lang de rupsen bestrijden. Je hebt roofdieren nodig om een natuurlijk evenwicht te krijgen. Hoe meer soorten er zijn, hoe complexer het systeem wordt. En een complex systeem vindt makkelijker een dynamisch evenwicht. Als je controle loslaat dan zullen rupsen, teken en ratten niet verdwijnen, maar het aantal neemt af, zodat je er geen last meer van hebt.

Zijn voedselbossen de toekomst?

Ik geloof niet zo in ‘de’ oplossing voor alle problemen, maar voedselbossen zijn wel ‘een’ toekomst. En als één oplossing zou zijn, dan komen voedselbossen wel heel erg in die richting. Kijk naar de problemen die we hebben. Er is steeds meer droogte door een verstoorde waterkringloop. Bomen kunnen die waterkringloop herstellen, met een akker werkt dat niet. Een ander probleem is de achteruitgang van de kwaliteit van ons voedsel. Een voedselbos levert voedsel dat vele malen gezonder is. De voedingswaarde is veel hoger.
Verder nemen bomen CO2 op en slaan dat op in de bodem. Dat is goed. met het oog op het klimaat. Een akker waar steeds geploegd wordt, verdwijnt die CO2 juist.

Levert een voedselblos voldoende op?

Momenteel wordt driekwart van de landbouwgrond gebruikt voor veevoer. Als je zou stoppen met die vee-industrie, dan houd je een enorm landbouwareaal over. Dus zelfs als een voedselbos maar 20 procent zou opbrengen van een akker, (wat niet zo is) dan zou je dus nog steeds voldoende voedsel produceren. Het mooie van een voedselbos is, dat je eigenlijk meerdere akkers op elkaar stapelt. Je hebt een laag kruiden, klimplanten, lage bomen en hoge bomen. Die produceren allemaal voedsel.
In Nederland is het beperkt, want je hebt een ruim opgezet voedselbos nodig. Maar Samenland in Sint Truiden produceert voor een grote groep mensen. Zelfs bij extensief beheer kun je nog veel voedsel produceren. En kijk daarnaast naar de biomassa die geproduceerd wordt, kijk naar de opbrengst oor het klimaat en voor de waterkringloop en de koolstofkringloop, de biodiversiteit. Zo bezien is het een en al winst.

Nooit meer werken voor geld

Ik heb ooit gezegd dat ik nooit meer wil werken voor geld. Begrijp me goed, ik werk heel veel, het accent ligt op ‘niet voor geld’. Als ik werk om me neem is voor mij niet de eerste vraag ‘krijg ik er geld voor’, maar ‘krijg ik er energie van’. Als je voor een baas werkt en je krijgt er niets voor terug behalve geld, dan houd je het niet vol. De kunst is om er meer energie uit te halen dan je er in stopt, anders raak je burned-out. Je ziet dat ook in de natuur, waar eekhoorntjes energie overhouden van het begraven van eikeltjes.
Ik ben heel anders naar werk gaan kijken, toen ik dertien jaar geleden met mijn bedrijf stopte. Ik maakte websites en als ik dat voor mezelf deed dan kreeg ik er energie van. Maar als ik hetzelfde werk deed voor een betalende klant, dan zoog het energie weg. En ook als je een eigen bedrijf hebt, werk je nog steeds voor een baas, maar het is alleen steeds een andere baas.
Daarom ben ik uiteindelijk voor mijzelf gaan werken, vanuit een intrinsieke motivatie. Soms doe ik iets omdat iemand mij wat vraagt, zoals ‘wil je een lezing geven’. Maar als het een doelgroep is die niet bij me past, dan doe ik het toch niet., ook al zouden ze me ervoor betalen.
In het kapitalisme is geld verdienen het doel geworden. Maar dat kan nooit het doel zijn. Je doel in je leven is iets waar je gelukkig van wordt. Als iedereen doet waar hij of zij gelukkig van wordt, dan zou er een overvloed ontstaan. Je krijgt dan een web van onderlinge afhankelijkheid, net zoals je dat in een ecosysteem ziet. Nu blijven we hangen in de illusie van schaarste. Geld geeft een schijnzekerheid. Maar als morgen de economie in elkaar stort, dan kun je wel geld hebben, maar dan heb je dus eigenlijk niks. Laten we relaties herstellen door onvoorwaardelijk te geven en onvoorwaardelijk te ontvangen. Om dat te kunnen ervaren zijn we gestopt met werken voor geld.

Een leefbare wereld met minder controle

We proberen overal de controle over te krijgen. Maar zodra je de controle durft los te laten, komt er meer ruimte voor inheemse planten, insecten, vogels. Zo kan het systeem steeds gezonder en complexer worden.
Ook de overheid probeert steeds meer controle uit te oefenen om ons in toom te houden. eigenlijk probeert de overheid ons te bestrijden
De economie bepaalt hoe dingen functioneren.
Maar uiteindelijk is controle een illusie. Je kunt geen controle hebben over een complex systeem. Daarom proberen we alles eenvoudiger te maken. Deze platen en bomen mogen hier groeien, andere niet. Zo bepalen we alles.
En zo krijg je steeds meer problemen: mensen die het niet eens zijn met de regels, planten die het niet eens zijn me de plek die hen is toebedeeld, insecten die de monocultuur wel lekker vinden. En het gevolg is niet dat we het anders gaan doen, nee, we gaan nog meer controle uitoefenen.
Mijn droom is een wereld waarin we die controle loslaten en in plaats van controle invloed gaan uitoefenen. Je krijgt dan complexe systemen die zichzelf gaan organiseren, die mooier en gezonder worden. Schoonheid vind je alleen maar op plekken waar de controle los is gelaten. In een gemeenschap waar iedereen vanuit een intrinsieke motivatie leeft en dingen doet die de wereld mooier maken, daar komt schoonheid in die culturen. Dat is mijn droom: een wereld zonder controle. Ik denk dat dat de enige manier is om een wereld te krijgen die leuk is, die voor iedereen leefbaar is, voor mensen, maar ook voor dieren en zelfs voor bacteriën. En uiteindelijk zal dat ook het klimaat ten goede komen.

Links

De website van Marc Siepman

De online cursus Humisme

Categorieën
Interview

Mogen doen waar je blij van wordt

Laura Vegter gaf een wending aan haar leven na een grondige zoektocht naar nieuwe mogelijkheden. Ze besloot er een boek over te schrijven, ook om anderen te helpen die een soortgelijk verlangen hebben. De beginvraag was ‘Hoe word ik een groene pionier’. De rode draad in het boek werd uiteindelijk ‘Waar gaat je hart van zingen’.

Het interview met Laura Vegter is te beluisteren in de derde video ‘Groene Verhalen’ die op 1 maart verscheen. Een samenvatting door Dick Verheul volgt hieronder.

Ik wilde het anders

Ik woon al meer dan twintig jaar in Amsterdam en ik werkte al tien jaar bij dezelfde werkgever waar ik het erg naar mijn zin had. Maar ik zat de hele dag binnen, achter de computer. Ik sleepte me er naartoe. Als ik dan thuis kwam, kostte het moeite om te landen. Ik kwam er achter dat ik veel meer een natuurmens ben.

Het kostte tijd voordat er uiteindelijk iets sterkers in mij naar boven kwam, een soort leeuw, die zei: als je zo ongelukkig bent, dan gaan we jou hier uit halen. En zo nam ik ontslag, hoewel ik eigenlijk heel erg van veiligheid en structuur houd. maar het gevoel dat ik er uit wilde was nu sterker.

Op zoek naar een leven in verbinding met de Aarde

Leven met de Aarde, met de natuur, in contact met de elementen, dat wilde ik gaan zoeken, waarbij leven en werken meer een zou worden. Maar ik wist niet zo goed hoe ik dat voor elkaar moest krijgen. Ik besloot mensen te gaan interviewen die mij zouden kunnen inspireren. En dan vooral ook de vraag stellen hoe hij of zij daar is gekomen.
Een jaar lang probeerde ik mijn draai te vinden en toen had ik het geluk dat ik iemand ontmoette, een uitgever, die tegen mij zei: “Je zou ook kunnen beginnen een boek te schrijven, waarom doe je dat niet?” Toen viel ik even stil maar begon ik ook te stralen. En zo besloot ik groene pioniers te gaan bezoeken en naar plekken te gaan waar die wonen. Ik voelde dat ik voeding nodig had van mensen die hetzelfde willen als ik.

Leren van anderen

Zo ontstond uiteindelijk het boek Naar de Aarde. Ik hoopte dat het boek anderen zou kunnen helpen die ook zo’n verlangen hebben, maar zich vast voelen zitten.
De eerste persoon die ik interviewde, Rowin Snijder, leerde me dat ik moest uitvinden waar ik blij van word. Ga dat maar doen, daarna dienen zich waarschijnlijk vanzelf meer mogelijkheden aan, zei hij.
Ook Bob Radstake van het Living Village Festival vond ik heel fijn om mee van gedachten te wisselen. Hij durft los te laten en gelooft in een project dat heel sprookjesachtig klinkt, maar waar hij toch heel veel mensen in mee krijgt. Hij moedigt mensen aan om het leven te gaan leven dat bij hen past. Hij zegt: mensen denken dat ze heel veel moeten, maar je moet eigenlijk helemaal niks. Je hebt de vrijheid je eigen leven vorm te geven.

Een stap naar een natuurlijker leven

Sinds ik met mijn boek naar buiten treed, geeft mij dat heel veel kracht, maar tegelijk realiseerde me dat ik ook als schrijver nog steeds heel veel achter de computer zit. Nu heb ik een plek gevonden waar ik me erg thuis voel, de Hof van Moeder Aarde. Ik heb daar nu een caravan. Weinig luxe en soms wat spartaans, maar dat geeft mij juist kracht, je komt als mens meer op de Aarde en in contact met de natuur. Ik voel me daar heel levendig bij en ik ontmoet er gelijkgestemden, mensen die ook op zoek zijn, een ander pad durven inslaan en risico’s durven nemen.
Mijn vertrouwen in de toekomst wordt steeds groter. En ik luister meer naar wat goed voelt voor mij. In het begin was ik braaf zo vroeg mogelijk met werkachtige dingen bezig, nu ga ik ik vaker eerst naar buiten om een wandeling te maken of yoga te doen of te mediteren. Ik vertrouw meer op mijn eigen ritme.
Laatst probeerde ik hoe het is om met blote voeten in de sneeuw te lopen. Daar word ik dan blij van.

Waar je hart van gaat zingen

De beginvraag van mijn boek was ‘Hoe word ik een groene pionier’. Maar ik kwam er achter dat daar nog iets aan vooraf gaat: durven en mogen doen waar je blij van wordt.
Tijdens mijn zoektocht kwam ik Li An Phoa tegen, en ze zei: “Als iedereen doet waar zijn of haar hart van gaat zingen, dan komt er vanzelf meer liefde in de wereld.”
Dat was precies waar mijn onderzoek over ging: mijn eigen leven meer in harmonie brengen met mijn omgeving en tegelijk iets betekenen voor de samenleving.
De vraag ‘Waar gaat je hart van zingen’ vind ik heel belangrijk. Het is de rode draad geworden van mijn boek. Ik zou dat iedereen gunnen: de rust en de ruimte krijgen om te voelen waar je werkelijk blij van wordt.
In de moderne wereld moet alles snel en efficiënt en goedkoop, maar wat zou er gebeuren met de wereld als we onszelf wat meer ruimte zouden geven.
Het is tijd om te veranderen, dat zie je aan alles. We kunnen op een natuurlijker manier met elkaar en met de natuur samenleven.

Laura Vegter: Naar de Aarde. Hoe word ik een groene pionier. Trophonios Publishing, oktober 2019. ISBN 9789491728341. Prijs: € 20,-.

Links

Website ‘Naar de Aarde’

Boek bestellen

Hof van Moeder Aarde

Categorieën
Interview

Nieuwe verhalen vertellen en ze daarna waarmaken

Erik Groen is activist, organisator, katalysator, uitvinder, muzikant en een van de bewoners van het ecodorp Ppauw in Wageningen. Dick Verheul bezocht hem daar op een vrijdagmiddag in januari voor de tweede aflevering van Groene Verhalen. Een gesprek over praktische oplossingen voor grote wereldproblemen.

Door Dick Verheul

„We zijn hier in Ecodorp Ppauw, noem het een natuur-occupy, eco-broedplaats, speelruimte. We zijn bezig met composteren, stroom maken, water zuiveren en meer.
Zes jaar geleden eindigde een demonstratie ten behoeve van de culturele rafelrand in het bos. We zijn daar soep gaan eten en we zijn er niet meer weggegaan. We hebben dat nog moeten betwisten met de politie, maar dat was een goede test om ons verhaal scherp te krijgen.
Het werd een actiekamp, we leerden boomklimmen. hutten bouwen, een composttoilet maken.
Nu is er ook een groepsaccommodatie, dus als mensen willen ervaren hoe het is om off-grid te wonen in een ecodorp, dan kan dat.
De Aarde is niet van ons, maar wij doen nu zo verantwoord mogelijk met deze plek.”

Off-grid leven

„Eigenlijk ben ik meer van ‘samenvoorzienend’ zijn. Dat je met een dorp of niet te grote stad met elkaar de voorzieningen in stand houdt. Maar hier op Ppauw wonen we off-grid, niet aangesloten op het net, en dat maakt je heel erg bewust. Je kunt er van genieten dat er weer water is, dat is heel fijn.
Een ander effect van off-grid is, dat je niet meedoet met de verspilling en vervuiling. Je kunt met een schone lei beginnen.
Off-grid leven betekent ook dat je meer met de seizoenen mee leeft. ’s Zomers is er overvloed, maar in de winter is er weinig stroom en dan ben je wat zuiniger. Dat is ook wel een mooi effect.”

Medestanders vinden

„Hoe je gelijkgestemden vindt? Gewoon dingen gaan doen. Bijvoorbeeld een actie ‘wij willen een voedselbos’. We hebben dat aangekondigd in de krant en daar komen dan een paar mensen op af en het is gewoon heel leuk om een paar nieuwe mensen tegen te komen.
Dus doe iets en verspreid een uitnodiging. Mensen moeten je kunnen vinden en wees gastvrij.
In Wageningen kunnen ideële organisaties een gratis standplaats krijgen op de markt. We hebben dat ooit als podium gebruikt om over transitie-initiatieven te praten. We hebben ook een transitie-festival en transitie-teatime en andere dingen verzonnen die in de stad waren. Leuke initiatieven gebeuren vaak aan de randen van de stad. De mensen in de stad komen dat niet tegen, daarom gaan we met onze rafelrand de stad in.
Je kunt dat op verschillende manieren doen. Het makkelijkst is het, om het gewoon te doen. In Nederland geldt: zolang je geen klachten veroorzaakt kan je het gewoon blijven doen. Als je dat in je achterhoofd houdt kan er heel veel.”

Nieuwe verhalen en een nieuwe naam

„Het gaat mij er om nieuwe verhalen gangbaar te maken. Bijvoorbeeld het verhaal dat we alle welvaart eerlijk verdelen en de ecosystemen ondersteunen, Dat is iets wat we makkelijk kunnen. Als we een complexe maatschappij zoals de onze kunnen handhaven, dan moet zoiets simpels als ‘alles eerlijk delen’ en het ecosysteem helpen, in vijf jaar kunnen lukken. Maar iemand moet dat zeggen, en daarom kan het zinnig zijn om te zeggen: wij in Wageningen zijn begonnen.
Over honderd jaar zijn we allemaal dood. Als we nu een beeld hebben hoe de wereld er dan uit zou kunnen zien, dan kunnen we stapje voor stapje aan de slag. Het begint er dan mee dat je het verhaal verzint en vertelt hoe de wereld over honderd jaar kan zijn en laten zien hoe makkelijk het is.
Dat is wat ik nu doe. Ik ben niet hard aan het werk om mijn pensioen op te bouwen, ik ben hard aan het werk om er voor te zorgen dat er tegen die tijd nog een leuke leefbare wereld is.
Veel mensen kunnen niet meer aan de slag omdat hun werk door robots of computers is overgenomen. Die kunnen helpen voedselbossen aan te planten. Dat is gezellig, je bouwt een gemeenschap op en maakt vrienden, je hebt het gevoel iets zinnigs te doen, het is goed voor je gezondheid want je bent lekker buiten bezig, je helpt Moeder Aarde een handje… De oplossing is gewoon te simpel voor woorden. Met simpele technieken kun je grote wereldproblemen oplossen.

Nog een goeie om de wereld te veranderen: laten we allemaal een nieuwe achternaam of tussennaam verzinnen. Ik heet Groen, en kijk eens wat voor effect dat op mij heeft. Laat mensen een naam kiezen uit de natuur van iets wat ze indrukwekkend vinden. Als je olifanten gaaf vindt, dan heet je Olifant. Als dat deel van je identiteit is, zul je respectvol met olifanten omgaan en bijvoorbeeld geen ivoor kopen. Dat lijkt me de goedkoopste oplossing voor de wereldproblematiek, iedereen een nieuwe naam geven.”

Kinderen op bezoek

„Af en toe komt er een klasje met kinderen langs. Dan zitten ze in de tipi en dan vertellen ze hoe ze de toekomst voor zich zien. Hun beeld is echt heel somber, doomy gloomy. Dat is echt niet leuk om te merken.
Maar dan gaan we een vuurtje maken, ik vertel een verhaal en dan zien ze dat wij in dingen geloven en het ook doen. En dan zie je de kinderen, inclusief de begeleiders en juffen weer helemaal stralen. Ze leven op. Je kan ook iets doen!
Dus heb je een klas kinderen of volwassenen, laat ze hier langs komen. We regelen wel wat.
Laatst hebben we op een school duurzaam bouwen gedaan. Die kinderen hebben zich helemaal uitgeleefd. We hebben ze laten lemen, ze hebben appeltjes gebakken in de oven, in het bos gespeeld, een rondleiding gekregen. En ik heb gezegd dat ze gerust terug mogen komen, en neem dan je papa of mama mee.
Misschien zijn er een paar kinderen bij die dit heel leuk en fijn vinden. Over tien jaar bepalen zij hoe het gaat in de wereld, dus dat is echt een kortetermijninvestering.”

Links

Ecodorp Ppauw

Groen Innovaties