Categorieën
Verhaal

Varen

Een nieuw onderdeel in Groene Verhalen is met ingang van de vijfde aflevering ‘Het Verhaal.’ Yvon Eerland woont in een woongemeenschap Centraal Wonen aan de rand van Den Haag. Zij schrijft columns over haar leven op haar woonplek en haar liefde voor de natuur. Het eerste verhaal dat zij voordraagt in Groene Verhalen gaat over een Varen. Hieronder is het ook te lezen.

Varen

Het wordt al licht in het oerbos. Elfje Yvon wrijft in haar ogen. Een zonnestraal prikte precies in haar linkeroog. Slaperig kijkt ze om zich heen. Het bos is bezig de dauw te verdampen. Een lieveheersbeestje drinkt vlak naast haar nog snel van een druppeltje. Elfje Yvon laat zich nog even achterover vallen. Ze kijkt naar de varen waar ze onder in slaap is gevallen. Zijn blaadjes zijn zo fijn dat het kant lijkt. Een dauwdruppeltje glijdt langs een sprietje naar beneden, bovenop het neusje van elfje Yvon.

Ze schrikt wakker. Een zonnestraal piept naar binnen langs het rode rolgordijn. In de straal dansen stofdeeltjes. Met het rood op de achtergrond lijken het glittertjes, zo mooi lichten ze op. De varen naast het bed heeft de wacht gehouden. Tenminste zo lijkt het. Rustig, met alle tijd van de wereld staan de kant-achtige blaadjes te wennen aan de nieuwe standplaats; Een lief slaapkamertje met een rustige sfeer. Duidelijk net opgeknapt. Op een hoge plek zodat alle blaadjes mooi uitkomen tegen de kurkwand.

Gisteren lag de plant nog zonder pot in de bosjes. Zijn kluit verdroogd en vol verdorde takken. Ze heeft hem opgepakt en is toen een tijd bezig geweest om een bak te vinden waar de enorme kluit in zou passen. Daarna heeft de plant water gekregen. Heel veel water, want daar houden varens van. Daarna heeft ze voorzichtig de dode blaadjes weggeknipt. Voorzichtig want de uitlopers hebben scherpe delen in elke bladoksel. Toen al het water was opgezogen in de kluit kwam er een reus die de plant naar binnen bracht en op het hoge rotantafeltje in de slaapkamer zette. Nu stond de plant daar geduldig te wachten tot ze ging slapen. Dan keek ze een tijdje naar de varen en voelde zich veilig.

Trots vertelde ze haar vondst aan mensen: “Ik heb weer een plant gered!” zei ze, “Hij was gedumpt achter het gebouw!” Verbaasd werd ze aangekeken. Toen ging er bij iemand een licht op: “Bedoel je die lelijke oude varen die uit de vide komt?”