Categorieën
Verhaal

Hond

Yvon Eerland woont in een woongemeenschap Centraal Wonen aan de rand van Den Haag. Zij schrijft columns over haar leven op haar woonplek en haar liefde voor de natuur. In aflevering 10 van Groene Verhalen vertelt zijn het verhaal ‘Hond’.

Ik ga op een hond passen. Ik weet wat dat inhoudt want ik heb negen maanden hondje Plup in huis gehad. Plup de foxterriër die je de hele dag bezig kon houden met haar hyperactieve gedoe. Totaal overspannen werd ik van Plup en van het idee dat er iets met haar zou kunnen gebeuren waardoor ik haar niet heelhuids bij het baasje kon afleveren. Angstvallig hield ik de tuindeur dicht; ze mocht eens ontsnappen. Nee, deze keer zou ik het totaal anders aanpakken: Geen stress over weglopende honden want ik zou een traphekje installeren voor de tuindeur.

De dag kwam dat ik het gewenste traphekje bij Emmaus zag staan. Op de fiets wilde ik het meenemen, al fietsend. Maar dat ging niet goed. Het was gevaarlijk zelfs. Dus ik ging lopen met het houten hekje. Drie kwartier later, volledig bezweet, belde ik vriend Simon met de bakfiets om me de laatste meters te helpen. De laatste loodjes zijn altijd het zwaarst en ik kon echt niet meer. Simon heeft direct het hekje geïnstalleerd. Dus nu was alles klaar voor de oppashond.

Geen hondje deze keer maar een groot grijs bakbeest van een Saarlooswolfshond, Fabel. Ja, Fabel van Ryanne. Ze heeft me haar reservesleutel gegeven dus dan kan ik Fabel halen en terugbrengen naar huis wanneer ik wil. Relaxed. Maar ik was de eerste dag niet zo relaxed. Met pijn in mijn buik haalde ik Fabel op. Zou hij nog steeds goed op me reageren? We hadden geoefend en hij had naar me geblaft toen ik binnenkwam. Als antwoord siste ik. Dat moet bij honden, sissen, “Tssst.” Dan doen ze het niet meer. Nou, vandaag bij binnenkomst stond Fabel toch lief naar me te kijken! Geen geblaf. Het tuig ging om en via een boompje buiten gingen we naar mijn huis. Ik was er klaar voor. Het traphek was dicht, de hele godvergeten toestand met honden kon beginnen. Ik stond in de ‘Plupstand’ ; klaar om op te treden als het te dol werd. Maar Fabel ging liggen. Na een uurtje lag hij nog. Verder deed hij niets. Af en toe bewoog hij één van zijn grote opstaande oren omdat hij een geluidje buiten hoorde en toen viel hij in slaap. Hij slaapt nota bene! Dat deed Plup nooit. Die zette de boel op stelten. Maar dit is een hele rustige loebas van een hond. Niets om me druk over te maken.

Fabel kan je knuffelen tot je helemaal verdwijnt in zijn witte ondervacht. Ondertussen zing ik een mooi liedje voor hem: ‘Easy like Sunday morning’. Want Fabel is gemakkelijk. Piece of cake zo’n wolf. En als vriend Simon binnenkomt is hij bang en verstopt zich achter mij. Ik ben zijn rots in de branding en hij is mijn sterke wolfshond met de energie van een paard. Wat word ik hier gelukkig van.

Categorieën
Verhaal

Verval

Yvon Eerland woont in een woongemeenschap Centraal Wonen aan de rand van Den Haag. Zij schrijft columns over haar leven op haar woonplek en haar liefde voor de natuur. In aflevering 9 van Groene Verhalen vertelt zij het verhaal ‘Verval’.

De eeuwige regen zorgt voor slakken; Huisjesslakken en naaktslakken. Terwijl ik voorzichtig om ze heen loop hoor ik een slakkenhuisje kraken onder mijn schoen. Jammer. Ze zijn niet te omzeilen.

Ik ben onderweg naar de boomstronk. Daar gebeurt het: De stronk wordt langzaam ingepakt, overgenomen, opgevroten. Als eerste kwam het mos. Prachtig mos, zijdezacht, zich uitbreidend over de stronk. Daarna groeide de Campanula er overheen. En vlak naast de stronk loopt een piepklein muizenpaadje. Ik heb de muis er nog niet langs zien lopen maar dat doet hij wel. Dat zie ik aan de tunnel door de Campanula heen. Als ik niet kijk loopt hij snel door zijn zelfgemaakte haag. De Campanula bloeit paars boven zijn koppie.

Op de stronk groeit een voor mij vreemde paddestoelensoort. Bruin en langwerpig zijn ze. Als menhirs groeien ze, dus zonder hoed. Hun mycelium verspreid zich door de stronk. Ze eten er van. Onder het hout natuurlijk de pissebedden. Langzaam vermolmt het.

Ik had hem expres daar neergelegd dit stuk boomstam. Speciaal voor dit verval dat ik zo mooi vind. Achter mij kruipen slakken naar de platgestampte soortgenoot. Ze eten de slakkenresten op. Maken alles weer schoon. Als nette kannibalen. Niets blijft liggen, op wat slakkenslijm na. Dit perfecte biotoop intrigeert me. Ik speel er mee; voeg nog een houtblok toe en lach om de piepkleine boomkikkertjes die baden in het vogelbadje.

Mijn tuintje is heel klein maar wat er allemaal gebeurt is groots en perfect en bijna begin ik te geloven in elfen en kabouters. Ik zie ze niet maar dit is hun wereld waar ze misschien rijden op de rug van een muis en vrolijke deuntjes trommelen op slakkenhuisjes. Terwijl de pissebedden langs marcheren plukt de elf een bloem van de Oost Indische Kers en zet hem ondersteboven op zijn hoofd als een frisse oranje hoed. En de kabouter? Die lacht om alles en neemt dan het muizenpad onder de Campanula door in de richting van het hommelnest waar z’n bezempje nog staat. O, de lieflijkheid. Dit is geen verval maar een prachtige grote schoonmaak.

Categorieën
Verhaal

Actievoeren

Yvon Eerland woont in een woongemeenschap Centraal Wonen aan de rand van Den Haag. Zij schrijft columns over haar leven op haar woonplek en haar liefde voor de natuur. In aflevering 8 van Groene Verhalen vertelt zij het verhaal ‘Actievoeren’.

Actievoeren

We hebben in onze woongemeenschap een prachtige grote tuin met grote bomen. Sommige mensen willen die bomen omkappen en dat lukt ze ook nog.

Het begon met de Esdoorn op het grasveld, die eerst onthoofd werd, wat ze snoeien noemden, en daarna zo gek en hard ging groeien dat hij er helemaal aan moest geloven. Na het kappen van de 3 etages hoge Den werd het me te veel. De volgende die nog aan een boom komt krijgt met mij te maken, was mijn credo. Nou ben ik niet zo’n vechter. Ik ging rustig mee staan huilen bij het afscheidsconcertje dat we gaven voor de Den. Vervolgens heb ik me aangesloten bij een strijdkoor zodat ik het actievoeren onder de knie zou krijgen. Maar ik werd meteen van het koor afgegooid omdat ik niet kan zingen. En dat is waar, maar is dat van belang? In het heetst van de strijd blèrt toch iedereen? Ik moest dus iets anders ondernemen.

Al snel gingen stemmen op over de Berk. Moest die niet omgehakt worden? Of op z’n minst gesnoeid? Serieus mensen, een gezonde Berk ga je niet snoeien. Die groeit daarna nog harder bij, in een hele rare vorm. Hadden we nu niets geleerd van de esdoorn? Dus het moment was gekomen om een actiegroep op te richten. Maar aangezien ik als kind alleen maar meegelopen heb in het massale protest tegen de kernwapens (‘Ban de bom’) had ik geen idee hoe je zoiets aanpakt in je eentje. Moest ik spandoeken maken? Of gaan staan schreeuwen in de tuin? Uiteindelijk ben ik politiek gaan bedrijven; Ik ben gaan lobbyen.

Nu is lobbyen eigenlijk een achterbakse manier van doen. Maar ja, nood breekt in dit geval mijn eigen stringente wetten. Ik stelde een opruiende mail op en zond die naar diegene waarvan ik dacht dat ze me zouden steunen. Actiegroep Redt de Berk (met dt om de gewichtigheid aan te dikken) werd langzaamaan groter en de dag brak aan dat we zouden vergaderen over de toekomst van de Berk. Ik had de door mijn groepsgenoten aangedragen redenen om niet te snoeien bijeen verzameld. In afwachting van wie er ook daadwerkelijk naar de vergadering zouden komen nam ik plaats in de kring. Iedereen kwam, met steunende energie. Toen moest ik mijn zegje doen. Ik was per slot van rekening niet voor niets aanvoerder. Nou, toen ik het woord kreeg ging ik tot mijn eigen verbazing niet actievoerderig praten. Ik heb de tegenpartij niet met de grond gelijk gemaakt. Had ook geen spandoek bij me. Nee, ik ging heel zacht maar indringend in volzinnen praten. En dat wist ik van tevoren echt niet. Iedereen zat op het puntje van zijn stoel, met gespitste oren, anders verstonden ze het niet. En op die manier is het ons gelukt de berk te redden. Vooral het argument van temperatuur verlagende eigenschappen in steeds heter wordende zomers deed het hem.

Degene die de Berk om wilde hebben kijkt mij nu niet meer aan, maar dat is het waard als ik dagelijks opkijk naar de als airconditioning fungerende boom. Redt den wereld, begint met uzelve. Dat is heel gewichtig.

Categorieën
Verhaal

Mot

Yvon Eerland woont in een woongemeenschap Centraal Wonen aan de rand van Den Haag. Zij schrijft columns over haar leven op haar woonplek en haar liefde voor de natuur. In aflevering 7 van Groene Verhalen vertelt zij het verhaal ‘Mot’.

Mot

Ik hou van de natuur, vooral de wilde, zonder aangelegde paadjes. Zoals in Spanje in de bergen waar ik negen maanden woonde; Daar staken de everzwijnen ’s avonds hun snuit door het kattenluik. Gaaf vond ik dat. Geen moment angst gekend.

De natuur mag ook best bij mij binnen en dat gebeurt ook in mijn parterrewoning. Vooral spinnetjes. Geen grote hoor, echt bescheiden exemplaren. Af en toe een bijtje die vanzelf z’n weg door de tuindeur weer naar buiten vindt. Of een mot.

Er zit nu al drie weken een knoeperd van een mot in mijn huis. Het is niet zo’n kledingmotje maar meer zo één uit de film ‘The silence of the lambs’, zes centimeter lang en drie centimeter breed. Een vriendin heeft hem al eens geprobeerd te vangen maar toen ging hij zo hard heen en weer vliegen dat hij keihard tegen de muur opvloog en toen tegen de schemerlamp, met harde knallen door dat dikke harde lijf van hem. Als een kamikazepiloot ging hij tekeer en toen was hij ineens verdwenen.

Gisterochtend ging ik douchen. Naakt stond ik in de douchecel, klaar om het water te laten stromen. Zit daar op de muur de monstermot. Niks aan de hand, gewoon de kraan aan en douchen, we zitten elkaar niet in de weg, dacht ik. Maar toen ging hij weer zo hard vliegen. Hij sloeg zichzelf tegen de muur aan en daarna wierp hij zich tegen mijn blote lichaam. Er kwam een oerkreet uit me terwijl ik de gang op rende. Vloeken deed ik ook. Kwaad was ik dat hij me zo liet schrikken. Toen was hij weer verdwenen. Nog na sputterend ging ik douchen.

’s Avonds zat hij in mijn slaapkamer. Ik legde net het dekbed over me heen toen ik hem zag zitten op het witte gordijn. Zijn zwarte vleugels netjes gevouwen. Ik heb hem welterusten gewenst en ben gaan slapen. De volgende ochtend was hij verdwenen. Maar ik weet dat hij niet weg is. Hij kan elk moment weer opduiken. Ik heb hem nu geaccepteerd als huisgenoot en laat hem met rust, op die manier gaat het het beste tussen ons. Samenwonen moet je leren.

Categorieën
Verhaal

Duif

Yvon Eerland woont in een woongemeenschap Centraal Wonen aan de rand van Den Haag. Zij schrijft columns over haar leven op haar woonplek en haar liefde voor de natuur. In de zesde aflevering van Groene Verhalen draagt zij haar verhaal ‘Duif’ voor. Hieronder is het ook te lezen.\

Duif

Voor mijn raam staat een sering. Het is een oude met een scheve stam. De stam is bedekt met een dikke laag mos. Ik hou van mos. Op het mos zit een houtduifje. Hij heeft daar goeie grip en dat is nodig ook want het stormt. Paniekerig volgt de duif het aanzwellend geloei van de wind. Tussen de windvlagen door trekt hij zijn kopje terug in zijn verenkleed. Dan wordt hij van zijn mosgroene bank geblazen en vliegt op. De storm tegemoet.

Het begint te regenen. Dat is zo mooi. Het licht in mijn huis wordt dan groen. Dan ren ik naar het raam en dan begint het; Kleine drupjes op het raam. Grote druppels op de bladeren van de sering. Druppels die van de bladeren afglijden. Vluchtende koolmeesjes die bescherming zoeken in de grote conifeer naast de sering. Als het regent worden ze niet weggejaagd door de eksters. Mooi is dat. Het schijnt dat in woestijngebieden bij gebrek aan water, wanneer er nog maar één plasje water is, alle dieren samen drinken en niet meer op elkaar jagen.

Een tortelduif heeft haar nest op een richel achter de regenpijp gebouwd. Het nest stelt niet veel voor en de tortel probeert zich achter de regenpijp te verstoppen door haar kopje te verschuilen. De rest van haar lijf is nog goed zichtbaar. Helaas, want er zijn rovers in de buurt. Een sperwer die al wekenlang boven ons gebouw en de binnentuin zweeft heeft een prooi. In het midden van de tuin zit hij op de grond met een duif in zijn klauwen. Zodra iemand te dichtbij komt vliegt hij op met prooi en al en verkast naar de rustige kruidentuin.

Ik kijk op de richel achter de regenpijp. De tortel is weg. Ik heb haar ook niet meer teruggezien. Tja, sperwers moeten ook eten. Het gaat zoals de natuur het bedoeld heeft en zoals het gaat is het goed.

Categorieën
Verhaal

Varen

Een nieuw onderdeel in Groene Verhalen is met ingang van de vijfde aflevering ‘Het Verhaal.’ Yvon Eerland woont in een woongemeenschap Centraal Wonen aan de rand van Den Haag. Zij schrijft columns over haar leven op haar woonplek en haar liefde voor de natuur. Het eerste verhaal dat zij voordraagt in Groene Verhalen gaat over een Varen. Hieronder is het ook te lezen.

Varen

Het wordt al licht in het oerbos. Elfje Yvon wrijft in haar ogen. Een zonnestraal prikte precies in haar linkeroog. Slaperig kijkt ze om zich heen. Het bos is bezig de dauw te verdampen. Een lieveheersbeestje drinkt vlak naast haar nog snel van een druppeltje. Elfje Yvon laat zich nog even achterover vallen. Ze kijkt naar de varen waar ze onder in slaap is gevallen. Zijn blaadjes zijn zo fijn dat het kant lijkt. Een dauwdruppeltje glijdt langs een sprietje naar beneden, bovenop het neusje van elfje Yvon.

Ze schrikt wakker. Een zonnestraal piept naar binnen langs het rode rolgordijn. In de straal dansen stofdeeltjes. Met het rood op de achtergrond lijken het glittertjes, zo mooi lichten ze op. De varen naast het bed heeft de wacht gehouden. Tenminste zo lijkt het. Rustig, met alle tijd van de wereld staan de kant-achtige blaadjes te wennen aan de nieuwe standplaats; Een lief slaapkamertje met een rustige sfeer. Duidelijk net opgeknapt. Op een hoge plek zodat alle blaadjes mooi uitkomen tegen de kurkwand.

Gisteren lag de plant nog zonder pot in de bosjes. Zijn kluit verdroogd en vol verdorde takken. Ze heeft hem opgepakt en is toen een tijd bezig geweest om een bak te vinden waar de enorme kluit in zou passen. Daarna heeft de plant water gekregen. Heel veel water, want daar houden varens van. Daarna heeft ze voorzichtig de dode blaadjes weggeknipt. Voorzichtig want de uitlopers hebben scherpe delen in elke bladoksel. Toen al het water was opgezogen in de kluit kwam er een reus die de plant naar binnen bracht en op het hoge rotantafeltje in de slaapkamer zette. Nu stond de plant daar geduldig te wachten tot ze ging slapen. Dan keek ze een tijdje naar de varen en voelde zich veilig.

Trots vertelde ze haar vondst aan mensen: “Ik heb weer een plant gered!” zei ze, “Hij was gedumpt achter het gebouw!” Verbaasd werd ze aangekeken. Toen ging er bij iemand een licht op: “Bedoel je die lelijke oude varen die uit de vide komt?”