Categorieën
Verhaal

Mot

Yvon Eerland woont in een woongemeenschap Centraal Wonen aan de rand van Den Haag. Zij schrijft columns over haar leven op haar woonplek en haar liefde voor de natuur. In aflevering 7 van Groene Verhalen vertelt zij het verhaal ‘Mot’.

Mot

Ik hou van de natuur, vooral de wilde, zonder aangelegde paadjes. Zoals in Spanje in de bergen waar ik negen maanden woonde; Daar staken de everzwijnen ’s avonds hun snuit door het kattenluik. Gaaf vond ik dat. Geen moment angst gekend.

De natuur mag ook best bij mij binnen en dat gebeurt ook in mijn parterrewoning. Vooral spinnetjes. Geen grote hoor, echt bescheiden exemplaren. Af en toe een bijtje die vanzelf z’n weg door de tuindeur weer naar buiten vindt. Of een mot.

Er zit nu al drie weken een knoeperd van een mot in mijn huis. Het is niet zo’n kledingmotje maar meer zo één uit de film ‘The silence of the lambs’, zes centimeter lang en drie centimeter breed. Een vriendin heeft hem al eens geprobeerd te vangen maar toen ging hij zo hard heen en weer vliegen dat hij keihard tegen de muur opvloog en toen tegen de schemerlamp, met harde knallen door dat dikke harde lijf van hem. Als een kamikazepiloot ging hij tekeer en toen was hij ineens verdwenen.

Gisterochtend ging ik douchen. Naakt stond ik in de douchecel, klaar om het water te laten stromen. Zit daar op de muur de monstermot. Niks aan de hand, gewoon de kraan aan en douchen, we zitten elkaar niet in de weg, dacht ik. Maar toen ging hij weer zo hard vliegen. Hij sloeg zichzelf tegen de muur aan en daarna wierp hij zich tegen mijn blote lichaam. Er kwam een oerkreet uit me terwijl ik de gang op rende. Vloeken deed ik ook. Kwaad was ik dat hij me zo liet schrikken. Toen was hij weer verdwenen. Nog na sputterend ging ik douchen.

’s Avonds zat hij in mijn slaapkamer. Ik legde net het dekbed over me heen toen ik hem zag zitten op het witte gordijn. Zijn zwarte vleugels netjes gevouwen. Ik heb hem welterusten gewenst en ben gaan slapen. De volgende ochtend was hij verdwenen. Maar ik weet dat hij niet weg is. Hij kan elk moment weer opduiken. Ik heb hem nu geaccepteerd als huisgenoot en laat hem met rust, op die manier gaat het het beste tussen ons. Samenwonen moet je leren.

Categorieën
Verhaal

Duif

Yvon Eerland woont in een woongemeenschap Centraal Wonen aan de rand van Den Haag. Zij schrijft columns over haar leven op haar woonplek en haar liefde voor de natuur. In de zesde aflevering van Groene Verhalen draagt zij haar verhaal ‘Duif’ voor. Hieronder is het ook te lezen.\

Duif

Voor mijn raam staat een sering. Het is een oude met een scheve stam. De stam is bedekt met een dikke laag mos. Ik hou van mos. Op het mos zit een houtduifje. Hij heeft daar goeie grip en dat is nodig ook want het stormt. Paniekerig volgt de duif het aanzwellend geloei van de wind. Tussen de windvlagen door trekt hij zijn kopje terug in zijn verenkleed. Dan wordt hij van zijn mosgroene bank geblazen en vliegt op. De storm tegemoet.

Het begint te regenen. Dat is zo mooi. Het licht in mijn huis wordt dan groen. Dan ren ik naar het raam en dan begint het; Kleine drupjes op het raam. Grote druppels op de bladeren van de sering. Druppels die van de bladeren afglijden. Vluchtende koolmeesjes die bescherming zoeken in de grote conifeer naast de sering. Als het regent worden ze niet weggejaagd door de eksters. Mooi is dat. Het schijnt dat in woestijngebieden bij gebrek aan water, wanneer er nog maar één plasje water is, alle dieren samen drinken en niet meer op elkaar jagen.

Een tortelduif heeft haar nest op een richel achter de regenpijp gebouwd. Het nest stelt niet veel voor en de tortel probeert zich achter de regenpijp te verstoppen door haar kopje te verschuilen. De rest van haar lijf is nog goed zichtbaar. Helaas, want er zijn rovers in de buurt. Een sperwer die al wekenlang boven ons gebouw en de binnentuin zweeft heeft een prooi. In het midden van de tuin zit hij op de grond met een duif in zijn klauwen. Zodra iemand te dichtbij komt vliegt hij op met prooi en al en verkast naar de rustige kruidentuin.

Ik kijk op de richel achter de regenpijp. De tortel is weg. Ik heb haar ook niet meer teruggezien. Tja, sperwers moeten ook eten. Het gaat zoals de natuur het bedoeld heeft en zoals het gaat is het goed.

Categorieën
Verhaal

Varen

Een nieuw onderdeel in Groene Verhalen is met ingang van de vijfde aflevering ‘Het Verhaal.’ Yvon Eerland woont in een woongemeenschap Centraal Wonen aan de rand van Den Haag. Zij schrijft columns over haar leven op haar woonplek en haar liefde voor de natuur. Het eerste verhaal dat zij voordraagt in Groene Verhalen gaat over een Varen. Hieronder is het ook te lezen.

Varen

Het wordt al licht in het oerbos. Elfje Yvon wrijft in haar ogen. Een zonnestraal prikte precies in haar linkeroog. Slaperig kijkt ze om zich heen. Het bos is bezig de dauw te verdampen. Een lieveheersbeestje drinkt vlak naast haar nog snel van een druppeltje. Elfje Yvon laat zich nog even achterover vallen. Ze kijkt naar de varen waar ze onder in slaap is gevallen. Zijn blaadjes zijn zo fijn dat het kant lijkt. Een dauwdruppeltje glijdt langs een sprietje naar beneden, bovenop het neusje van elfje Yvon.

Ze schrikt wakker. Een zonnestraal piept naar binnen langs het rode rolgordijn. In de straal dansen stofdeeltjes. Met het rood op de achtergrond lijken het glittertjes, zo mooi lichten ze op. De varen naast het bed heeft de wacht gehouden. Tenminste zo lijkt het. Rustig, met alle tijd van de wereld staan de kant-achtige blaadjes te wennen aan de nieuwe standplaats; Een lief slaapkamertje met een rustige sfeer. Duidelijk net opgeknapt. Op een hoge plek zodat alle blaadjes mooi uitkomen tegen de kurkwand.

Gisteren lag de plant nog zonder pot in de bosjes. Zijn kluit verdroogd en vol verdorde takken. Ze heeft hem opgepakt en is toen een tijd bezig geweest om een bak te vinden waar de enorme kluit in zou passen. Daarna heeft de plant water gekregen. Heel veel water, want daar houden varens van. Daarna heeft ze voorzichtig de dode blaadjes weggeknipt. Voorzichtig want de uitlopers hebben scherpe delen in elke bladoksel. Toen al het water was opgezogen in de kluit kwam er een reus die de plant naar binnen bracht en op het hoge rotantafeltje in de slaapkamer zette. Nu stond de plant daar geduldig te wachten tot ze ging slapen. Dan keek ze een tijdje naar de varen en voelde zich veilig.

Trots vertelde ze haar vondst aan mensen: “Ik heb weer een plant gered!” zei ze, “Hij was gedumpt achter het gebouw!” Verbaasd werd ze aangekeken. Toen ging er bij iemand een licht op: “Bedoel je die lelijke oude varen die uit de vide komt?”