Categorieën
Verhaal

Kruiden

Yvon Eerland woont in een woongemeenschap Centraal Wonen aan de rand van Den Haag. Zij schrijft columns over haar leven op haar woonplek en haar liefde voor de natuur. In de vzestiende aflevering van Groene Verhalen vertelt zij het verhaal ‘Kruiden’.

Kruiden

Snel, naar buiten! Het is eind april, de hondsdraf bloeit. Midden op het gazon van onze tuin, met prachtige paarse bloempjes, schittert het medicijn me tegemoet. Ik pluk het en droog het. Ik zet er thee van samen met klaproos (die in juni bloeit) en dat helpt tegen hoest, bronchitis en zelfs longontsteking. Ik gaf de gedroogde kruiden steeds weg aan mensen in de woongemeenschap maar ben toen toch maar begonnen met excursies geven want het zelf plukken levert óók geluk op. Dat zo’n sterk medicijn gewoon in onze tuin groeit. Gratis en voor niks en zonder bijwerkingen. Dat is iets magisch. Een buurvrouw van over de tachtig zie je nu ook al met klaprozen lopen. Elke winter had zij last van bronchitis. Maar nu niet meer. Ze is me dankbaar. Maar ík laat de bloemen niet bloeien en ze droogt ze zelf in een dik boek en laat dan haar vingers door het mandje gedroogde flinterdunne klaproosblaadjes gaan. Als sitspapier voelt het aan. Ze geniet van het gevoel nu ze steeds minder ziet.

Elke lente ga ik het park in om een kuurtje te plukken. Look Zonder Look, Daslook, Paardebloem, je vind het al snel en hoeft eigenlijk de tuin niet uit. Ik heb ooit gelezen dat de kruiden die voor jou van belang zijn vlak bij je huis groeien. Nou, de daslook heb ik clandestien uitgegraven in het park en in onze tuin geplant. Hij woekert tussen de tulpen. Vóór de bloei snel een paar blaadjes eten voor de nodige mineralen. Lekker. Dan een soepje van brandneteltoppen waar ik altijd een eitje doorheen roer zodat het een beetje chinees smaakt. Maar dit voorjaar kan ik ineens geen paardebloem in mijn direkte omgeving vinden. Zou ik die dan niet nodig hebben? Vertwijfeld ga ik weer huiswaarts. De leren handschoenen voor het plukken van de brandnetels zijn te warm zo in de lentezon en kunnen wel weer uit. Bij de tuindeur draai ik me nog even om en wat staat daar, tussen het schildersverdriet en de wilde geranium, in mijn stukje tuin; één paardebloem. Voor een ander is het onkruid. Voor mij essentieel voedsel. Hij bloeit gelukkig nog niet, anders zouden de blaadjes niet zo lekker zijn. Mijn salade is nu volledig. Een beetje zout, olijfolie en knoflook er op. Precies zoals ik geleerd heb in het ecodorp Matevenero in Spanje.

Als je midden in de natuur hebt gewoond zonder electriciteit, gas, riolering en doktersdienst word je op jezelf teruggeworpen. Er gaat dan een luikje open in je hart. Een doorgang naar de goddelijkheid en de perfectie van de natuur. Ik kan niet meer zonder en zoekt steeds weer naar de connectie. Zo vind ik die zelfs aan de rand van de stad. Maar alleen als ik heel goed kijk.