Categorieën
Verhaal

Verval

Yvon Eerland woont in een woongemeenschap Centraal Wonen aan de rand van Den Haag. Zij schrijft columns over haar leven op haar woonplek en haar liefde voor de natuur. In aflevering 9 van Groene Verhalen vertelt zij het verhaal ‘Verval’.

De eeuwige regen zorgt voor slakken; Huisjesslakken en naaktslakken. Terwijl ik voorzichtig om ze heen loop hoor ik een slakkenhuisje kraken onder mijn schoen. Jammer. Ze zijn niet te omzeilen.

Ik ben onderweg naar de boomstronk. Daar gebeurt het: De stronk wordt langzaam ingepakt, overgenomen, opgevroten. Als eerste kwam het mos. Prachtig mos, zijdezacht, zich uitbreidend over de stronk. Daarna groeide de Campanula er overheen. En vlak naast de stronk loopt een piepklein muizenpaadje. Ik heb de muis er nog niet langs zien lopen maar dat doet hij wel. Dat zie ik aan de tunnel door de Campanula heen. Als ik niet kijk loopt hij snel door zijn zelfgemaakte haag. De Campanula bloeit paars boven zijn koppie.

Op de stronk groeit een voor mij vreemde paddestoelensoort. Bruin en langwerpig zijn ze. Als menhirs groeien ze, dus zonder hoed. Hun mycelium verspreid zich door de stronk. Ze eten er van. Onder het hout natuurlijk de pissebedden. Langzaam vermolmt het.

Ik had hem expres daar neergelegd dit stuk boomstam. Speciaal voor dit verval dat ik zo mooi vind. Achter mij kruipen slakken naar de platgestampte soortgenoot. Ze eten de slakkenresten op. Maken alles weer schoon. Als nette kannibalen. Niets blijft liggen, op wat slakkenslijm na. Dit perfecte biotoop intrigeert me. Ik speel er mee; voeg nog een houtblok toe en lach om de piepkleine boomkikkertjes die baden in het vogelbadje.

Mijn tuintje is heel klein maar wat er allemaal gebeurt is groots en perfect en bijna begin ik te geloven in elfen en kabouters. Ik zie ze niet maar dit is hun wereld waar ze misschien rijden op de rug van een muis en vrolijke deuntjes trommelen op slakkenhuisjes. Terwijl de pissebedden langs marcheren plukt de elf een bloem van de Oost Indische Kers en zet hem ondersteboven op zijn hoofd als een frisse oranje hoed. En de kabouter? Die lacht om alles en neemt dan het muizenpad onder de Campanula door in de richting van het hommelnest waar z’n bezempje nog staat. O, de lieflijkheid. Dit is geen verval maar een prachtige grote schoonmaak.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.